Kun jij mijn hoofd leeg maken? Vroeg de kleine man aan de wijze uil die op de rand van zijn bed zet. De uil wipte wat dichterbij en draaide zijn ogen naar de kleine man toe. Wat bedoel je daarmee? vroeg de uil. Mijn hoofd zit vol gedachtes en van sommige gedachtes ben ik bang, zei de kleine man. Oehoe, zei de wijze uil, ik snap wat je bedoelt.

Hoe doe jij dat dan? vroeg de kleine man aan de uil. Oeh, zei de uil, soms wapper ik wat met mijn veren en schudt gedachtes van me af of ik ga een stukje vliegen en sla mijn vleugels stevig op en neer. Maar ik kan niet vliegen, zei de kleine man een beetje sip. Dat hoeft ook niet zei de wijze uil, soms ga ik gewoon ergens zitten en word ik heel stil. Dan sluit in mijn uilenogen en kijk ik naar binnen.

Ja maar, zei de kleine man, als je je ogen sluit dan zie je toch helemaal niks! Dat klopt zei de uil, dan is het donker achter mijn ogen. Ik zit dan in het donker te loeren naar de gedachtes en als er een tevoorschijn komt dan zie ik hem. En als ik de gedachte eerst zie dan kan de gedachte mij niet meer bang maken.

Ja maar, zei de kleine man weer, jij bent een uil! Uilen kunnen zien in het donker en ik ben een mens. Oehoe, zei de wijze uil, daar heb je helemaal gelijk in. Maar toch kan jij ook zien in het donker, probeer het maar eens! Doe je ogen maar dicht en ook al zijn je ogen nu gesloten jouw innerlijke ogen zijn open en die zien haarscherp. Een beetje zoals mijn uilenogen.

Jaaah, riep de kleine man enthousiast, nu zie ik het! Mijn ogen zijn dicht en alles is donker en ik zie en ben er nog steeds. Inderdaad, zei de wijze uil, jij bent en jij ziet alles. De uil ging verder, en als je met je innerlijke ogen kijkt dan zie je jouw gedachtesn en wat je kunt zien ben je zelf niet, toch? De kleine man knikte bevestigend.

Ik zal je een ander voorbeeld geven zei de wijze uil. De kleine man streek zacht over de vleugels van de uil. Soms als ik heel hoog vlieg, stijg ik boven de wolken uit.  Boven de wolken is alleen maar blauwe lucht, de mooiste kleur blauw die er is. Die blauwe lucht aan de hemel is er altijd. Maar wanneer ik omlaag vlieg, zei de wijze uil en ik vlieg onder de wolken, dan zie ik alleen maar de dikke wolken en is het net of de blauwe lucht er niet meer is. Maar ik weet dat de blauwe lucht er toch is, achter de wolken zei de wijze uil.

Zo is het ook als je hoofd vol zit, zei de wijze uil tegen de kleine man. Dan zie je alleen nog maar de wolken en je ziet niet meer wie jij echt bent. Wie ben ik dan echt? vroeg de kleine man. De ogen van de wijze uil lichtte op en hij keek de kleine man liefdevol aan en zei; jij bent net zo stralend als de blauwe lucht aan de hemel.

De kleine man glom en kroop dicht tegen de wijze uil aan. Doe jij het licht uit? En ze sloten allebei hun ogen.

 

(Een verhaaltje wat ik een aantal jaar geleden schreef voor mijn zoon die moeilijk in slaap kon komen.)
<3 Petra Kool